De lever: wat is het en wat doet het voor je

Je lever is een van die organen waar je waarschijnlijk niet vaak bij stilstaat. Je voelt hem niet werken, maar ondertussen is hij de hele dag bezig. Hij verwerkt wat je eet en drinkt, slaat energie en voedingsstoffen op, maakt belangrijke stoffen aan en helpt je lichaam om stoffen die het niet meer nodig heeft weer kwijt te raken. Zonder je lever kun je dan ook niet leven.

Wat doet je lever eigenlijk?

Veel van wat in je darmen uit voeding wordt opgenomen, komt eerst bij de lever terecht. Het bloed uit onder andere je maag en darmen stroomt namelijk via de leverpoortader naar de lever. Daar wordt als het ware bepaald wat je lichaam meteen kan gebruiken, wat kan worden opgeslagen en wat eerst nog verwerkt moet worden.
Een goed voorbeeld daarvan is glucose. Na het eten komt er glucose in je bloed terecht. Heb je die energie niet meteen nodig, dan kan de lever een deel ervan opslaan als glycogeen. Heb je later juist energie nodig, dan kan die voorraad weer worden aangesproken. Zo helpt de lever mee om je bloedsuiker in balans te houden.
Ook eiwitten en vetten worden in de lever verwerkt. Aminozuren uit eiwitten worden gebruikt om nieuwe eiwitten te maken die je lichaam nodig heeft, bijvoorbeeld voor de bloedstolling of om vocht in de bloedbaan te houden. Bij de afbraak van aminozuren ontstaat ammoniak, een stof die in grotere hoeveelheden schadelijk is. De lever zet dit om in ureum, waarna je nieren het via de urine kunnen afvoeren.
Bij vetten speelt de lever een belangrijke rol in de verwerking en opslag ervan en in de aanmaak van stoffen zoals cholesterol en triglyceriden. Ook maakt de lever gal. Die gal wordt deels opgeslagen in de galblaas en komt vrij wanneer er vet in de dunne darm terechtkomt. Gal breekt vet niet zelf af, maar helpt om het vet beter te verdelen, zodat spijsverteringsenzymen hun werk makkelijker kunnen doen.
Daarnaast bewaart de lever bepaalde voorraden voor later. Denk aan glycogeen, maar ook aan stoffen zoals vitamine A, vitamine B12, ijzer en koper. Wanneer het lichaam ze nodig heeft, kunnen ze weer beschikbaar worden gemaakt.

De lever als ‘ontgifter’

Vaak wordt gezegd dat de lever je lichaam ontgift. Dat klopt voor een deel, maar het klinkt eenvoudiger dan het eigenlijk is. De lever is geen filter waar alle schadelijke stoffen even doorheen gaan. In de lever vinden allerlei processen plaats waarbij stoffen worden afgebroken of veranderd, zodat het lichaam ze makkelijker kan uitscheiden.
Dat gebeurt bijvoorbeeld met alcohol en medicijnen, maar ook met stoffen die je lichaam zelf maakt of afbreekt, zoals hormonen en bilirubine. Ook lichaamsvreemde stoffen die via voeding, lucht of via de huid in het lichaam terechtkomen, kunnen door de lever terecht komen.

Een orgaan dat veel kan hebben, maar niet alles

De lever heeft een bijzonder vermogen om zich te herstellen. Wanneer een deel van een gezonde lever wordt verwijderd, kunnen de overgebleven levercellen zich delen, waardoor het levervolume weer kan toenemen. Maar dat betekent niet dat de lever onbeperkt schade kan herstellen.
Wanneer de lever langere tijd wordt beschadigd, kan er littekenweefsel ontstaan. Een bekend voorbeeld is leververvetting, waarbij te veel vet zich ophoopt in de levercellen. Dat kan samenhangen met alcoholgebruik, maar ook met bijvoorbeeld overgewicht, insulineresistentie en diabetes type 2.
Leververvetting hoeft niet meteen blijvende schade te betekenen. Wanneer de oorzaak wordt aangepakt, kan de hoeveelheid vet in de lever weer afnemen. Blijft de lever echter langere tijd beschadigd, dan kan er ontsteking ontstaan en uiteindelijk ook littekenweefsel. Dat heet leverfibrose. Wanneer die littekenvorming steeds verder toeneemt, kan levercirrose ontstaan. De normale structuur van de lever verandert dan zo sterk dat hij steeds minder goed kan functioneren.
Ook andere aandoeningen kunnen de lever beschadigen. Bij hemochromatose, ook wel ijzerstapelziekte genoemd, hoopt bijvoorbeeld te veel ijzer zich in het lichaam op. Dat kan zich onder andere in de lever verzamelen en daar op langere termijn schade veroorzaken.
Het lastige is dat de lever lange tijd zijn werk kan blijven doen terwijl er al schade aanwezig is. Daardoor geven leveraandoeningen niet altijd meteen duidelijke klachten.

De lever en de nervus vagus

De lever staat niet op zichzelf, maar is voortdurend in contact met andere systemen in het lichaam. Eén daarvan is het autonome zenuwstelsel. In en rond de lever lopen zowel sympathische als parasympathische zenuwvezels, waarbij een deel van de parasympathische verbinding via de nervus vagus loopt.
Via deze zenuwbanen gaat informatie heen en weer tussen het lichaam en de hersenen. Onderzoek laat zien dat deze communicatie mogelijk meespeelt bij processen zoals de glucose- en vetstofwisseling, de bloeddoorstroming, galafscheiding en ontstekingsprocessen. Hoe dit precies bij mensen werkt, wordt nog steeds onderzocht.
En misschien is dat wel wat de lever zo bijzonder maakt. Hij heeft niet één duidelijke taak, maar is bij ontzettend veel processen betrokken. En dat allemaal grotendeels zonder dat je er iets van merkt.